Interpretatie van de montagestijl in *Confessions* >
Uitleg van de montagestijl in *Confessions* > 4+1W, oftewel 5W. 5W is een term uit de informatiewetenschap. Het verwijst naar het feit dat het informatieonderzoeksproces kan worden opgedeeld in vijf delen: onderzoek naar de informatiezender (who, wie verspreidt de informatie), onderzoek naar de informatie zelf (what, welke informatie wordt verspreid), en mediastudies (which, via welk kanaal en op welke manier wordt de informatie verspreid).
Uitleg van de montagestijl van “Confessions” >
4+1W, oftewel 5W.
5W is een onderzoeksterm uit de informatiewetenschap. Het verwijst naar het proces van informatieonderzoek dat kan worden opgedeeld in vijf delen: onderzoek naar de informatiemaker (who, wie verspreidt de informatie), onderzoek naar de informatie zelf (what, welke informatie wordt verspreid), mediaonderzoek (which, via welk kanaal en op welke manier wordt de informatie verspreid), onderzoek naar de ontvanger (whom, aan wie wordt de informatie verspreid), en onderzoek naar de effectiviteit en het effect van de informatie (how, hoe genereert de informatie nut).
Dit stramien vormt ook de basis van hedendaagse nieuwsberichten:
who (wie) — personage
when (wanneer) — tijd
where (waar) — plaats
what (wat doet hij/zij) — gebeurtenis
why (waarom) — reden
Een nieuwsbericht is pas compleet als het al deze vijf punten bevat. Daarvoor hoef je niet per se iets van communicatiewetenschap te weten; één aflevering van het journaal kijken is genoeg om dat te zien. Want als gewone mensen een nieuwsbericht willen begrijpen, moeten deze vijf punten aanwezig zijn. Dit is de basisvaardigheid in schrijven die een journalist moet hebben.
Maar in films is er vaak één W die niet genoemd wordt, of beter gezegd, die door de scenarist bewust verborgen wordt.
Niet alleen in films; in verhalende poëzie, toneel, romans en andere verhalende werken wordt deze W in grote lijnen (in de meeste scènes/paragrafen) verborgen:
iemand of iets — (subject) … personage (Who)
doet op een bepaalde manier iets — (gebeurtenis) … handeling (What)
op een bepaalde tijd en plaats — (achtergrond) … omgeving (When/Where)
De verborgen W is Why, dus de reden, de drijfveer.
Neem bijvoorbeeld de openingsscène van de film “Confessions”: de lerares blijft maar mompelen en praat tegen zichzelf — van haar eigen verhaal naar haar gezin, van haar gezin naar de school. In de klas is het allang complete chaos: een groep probleemjongeren is volledig losgeslagen, ze lachen en maken lawaai, zonder enige orde, en de lerares kijkt onbewogen toe naar deze chaos…
Deze scène bevat de vier basis-W’s: de lerares (Who) die overdag (When) in het klaslokaal (Where) preekt (What). Maar… er luistert duidelijk niemand; de leerlingen negeren het bestaan van de lerares, en de lerares negeert op haar beurt het bestaan van de leerlingen.

Er ontbreekt hier maar één W: de drijfveer van de lerares.
Dit roept een dramatisch conflict op: waarom gedraagt de lerares zich zo?
De verborgen W vormt vaak de spanningsboog die de toeschouwer aanzet om verder te kijken.
In de meeste gevallen is zo’n opzet duidelijk iets dat de scenarist van tevoren heeft bedacht.
Het scenaristische handwerk in “Confessions” is al van zichzelf erg verfijnd: deze W (de drijfveer) werkt in twee richtingen. De film verbergt volledig de reden waarom de lerares dit doet, en tegelijk gebruikt hij de gebeurtenissen om indirect uit te leggen waarom de leerlingen zich zo gedragen. Uiteindelijk zijn het probleemjongeren, zonder enig gevoel voor discipline.
Maar waar wij ons vooral op willen richten is: wat is de taak van montage?
Montage moet de kernideeën binnen deze vier W’s uitvergroten, en de weg bereiden voor de onthulling van de laatste W.
In deze scène zijn tijd (When) en plaats (Where) voor de montage niet zo belangrijk; door de voorbereiding in art direction, licht en kadrering is er al een beklemmende sfeer gecreëerd.

De ideeën die de montage vooral naar voren moet halen zijn “de chaotische klas” en “de lerares die zich nergens iets van aantrekt”.
Hoe doet “Confessions” dat? Door gebruik te maken van geluid.
Wat de leerlingen ook doen, wat de lerares ook zegt: op de geluidsband ligt steeds het chaotische klasgeluid als basis. Bovendien is de geluidsmontage in “Confessions” volledig subjectief; hij laat de conventionele, op “realiteit” gebaseerde geluidsmontage los. In sommige shots is het omgevingsgeluid heel luid en de stem van de lerares heel zacht; in andere shots is het omgevingsgeluid juist heel zacht en wordt de stem van de lerares ineens uitzonderlijk helder — dit hangt volledig af van de vraag of de editor wil dat het publiek de tekst van de lerares duidelijk hoort. Met andere woorden: de montage stuurt het publiek en vertelt het publiek welke regels belangrijk zijn; daarvoor wordt het volume opgeschroefd.
Totdat de lerares deze zin uitspreekt: “Ik wil hem vermoorden.”

Pas dan komt de laatste W boven drijven. Op dat moment begrijpt het publiek dat de lerares wraak wil nemen, en krijgen al haar eerdere handelingen een plausibele motivatie.
De montage gebruikt hier een abrupt stilvallen van het geluid, een totaalshot dat het ritme vastzet; juist deze afwisseling van stilte en geluid geeft aan die ene zin extra lading.
Natuurlijk is montage slechts de kers op de taart. Een grote hoeveelheid videoclip-achtige slow motion versterkt bovendien het gevoel van ritueel en de esthetische kwaliteit van deze “preek”.
Wanneer we een scène monteren, moeten we voortdurend letten op de “aanwezigheid” van deze vijf W’s. De meeste ruimte voor creatief werk zit vrijwel altijd in die ene verborgen W.
Eerder maakte ik ook al een uitgebreide analyse van de film “Confessions”: