De cruciale factor voor een goed gemonteerde film: “emotie”
De sleutel tot een goed gemonteerde film: “emotie” Wanneer je met hetzelfde ruwe beeldmateriaal werkt, is montage voor een goede editor zeker niet simpelweg het rangschikken van shots, maar het rangschikken van “emoties”. In eerdere video’s/artikelen heb ik meer dan eens verwezen naar de “zes regels van perfecte montage”. Vandaag gaan we die in detail uitwerken; Zes regels voor perfecte montage
De sleutel tot een goed gemonteerde film: “emotie”
Als je met hetzelfde ruwe materiaal werkt, dan is montage voor een goede editor niet simpelweg het rangschikken van shots, maar het rangschikken van “emoties”.
In eerdere video’s/artikelen heb ik meer dan eens mijn “zes regels voor perfecte montage” genoemd; vandaag gaan we die uitgebreid bespreken.
Zes regels voor perfecte montage:
Emotie (51%)
Verhaal (23%)
Ritme (10%)
Kijkrichting (7%)
Tweedimensionale kenmerken (5%)
Driedimensionale continuïteit (4%)
Dit is de “bijbel” van de montage, opgesteld door de beroemde editor Walter Murch (The Godfather, Apocalypse Now).
Kijk naar de gewichten van deze zes regels:
De minst belangrijke drie (kijkrichting | tweedimensionale kenmerken | driedimensionale continuïteit) zijn precies wat wij in gewone taal “monteertechniek” of “monteertheorie” noemen: de relatie tussen kijkrichting en camerastandpunt, hard cuts, dat je geen “jump cuts” mag maken, match cuts, actiecontinuïteit, enzovoort – allemaal academische theorie uit leerboeken.
Daarentegen hebben de drie belangrijkste punten helemaal niets te maken met deze technische eisen.
Wat betekent dan het belangrijkste, op nummer één staande “emotie” precies? Een voorbeeld maakt het duidelijk:
In de film The Talented Mr. Ripley is er een shot waarin de hoofdpersoon na een reeks tegenslagen op een boot over zee uitkijkt; deze medium shot blijft erg lang staan.
Editor Murch beschreef zijn gedachte bij het monteren van dit shot:
“Zolang als jij je kunt voorstellen dat zijn gedachten met de zee meedobberen, zolang mag het shot duren.”
Dát is emotie; dát is de belangrijkste functie van montage: vertellen.
Zelfs in een film als Requiem for a Dream met zijn “hondsdolle fragmentarische” montagestijl (ongeveer 2000 shots in de hele film, terwijl een film van 60–90 minuten normaal gesproken maar 600–700 shots heeft), ontbreekt het niet aan lang aangehouden “long takes”. Om de stijl consequent vol te houden, had de editor ook gewoon overal het hoge tempo kunnen doorduwen; een lang aangehouden shot invoegen lijkt dan een aanslag op het ritme.
— De editor geeft echter eerst en vooral voorrang aan de emotie van het personage. Echte emotie kan alleen worden vastgelegd door een camera die blijft doorlopen.
In feite geldt de perfecte-montage-regels van Walter Murch niet alleen voor speelfilms, maar voor elk montageproject.
We hechten vaak te veel waarde aan “techniek”, en vergeten de oereenvoudige “emotie” die een shot aan het publiek overdraagt.
Volg je strikt de academische regels, dan is materiaalselectie de eerste taak van montage, en moet je je houden aan algemene principes als: “shot stabiel, niet wiebelen, gezicht duidelijk zichtbaar, keurige kadrering…” enzovoort. Maar als je écht wilt dat de emotie van een film precies overkomt, dan moet je deze regels soms doorbreken.
In deze scène uit The Godfather stoot de acteur bij het uit beeld lopen per ongeluk tegen de camera, waardoor het beeld gaat trillen, maar de editor heeft dit bewust laten staan.
In de opening van 12 Years a Slave blijft het shot een paar seconden staan voordat de dialoog begint (volgens de gebruikelijke montagepraktijk zou de dialoog waarschijnlijk meteen aan het begin worden ingezet).
Dit zijn allemaal voorbeelden van hoe je via montage emotie bewaart.
De ambitie van een goede editor lijkt dus te zijn om “waar snijden we?” te veranderen in “wat als we hier niet snijden?”
Je hebt vast wel eens gehoord: goede montage is verhalen vertellen, verhalen vertellen met beelden. Hoe vertel je een goed verhaal? Als iemand een tekst opdreunt als een schoolboek, zo vlak als water, zonder enige golfslag, zul je er geen enkele indruk aan overhouden en misschien zelfs gaan gapen. Maar als iemand met expressieve mimiek, uitbundige lichaamstaal, nadruk en variatie, en spugend van enthousiasme een verhaal vertelt, dan kan zelfs een matig verhaal toch heel boeiend worden.
Daarom kan een goede regisseur zelfs een extreem middelmatig script nog tot een redelijk goede film maken: omdat hij het ritme kan beheersen. En dat ritme wordt aangestuurd door emotie.
Als iemand een film gezien heeft en hem goed vindt, dan is hij ongetwijfeld door iets op emotioneel niveau geraakt. Dat is wat ik hierboven steeds noem: “een goede editor kan verhalen vertellen”.
Terug naar het begin: “voor een goede editor is montage het rangschikken en combineren van emotie”.
Met een reeks shots een montage creëren die een “boze” emotionele kleur heeft, is misschien niet zo moeilijk.
Maar stel dat een lange film niet alleen “woede” bevat, maar ook segmenten van “vreugde”, “verdriet”, “plezier” enzovoort – al die emoties weer samenkneden tot één geheel is buitengewoon lastig.
Voor een korte video van 15 of 20 seconden is het primaire doel: één emotie overbrengen.
Daarom geldt: goed zijn in korte video’s monteren betekent niet automatisch dat je ook lange films of zelfs speelfilms kunt monteren.
Andersom geldt dat wél.
Om die reden moet je, als je montage goed wilt leren, beginnen bij de filmtheorie.
Los van bepaalde technische stappen heeft elke goede film één emotionele hoofdpoort die alles voorttrekt, of meerdere emotionele lijnen die met elkaar verweven zijn.
Stel dat we een film monteren met “verdriet” als hoofdthema, en we hebben in de bin twee takes van iemand die hartverscheurend huilt:
Shot ①: normaal gefilmd, technisch gaaf shot.
Shot ②: onscherp, wiebelend, maar de emotie in het huilen is veel sterker.
Vanuit technisch oogpunt is shot ② een “mislukt shot”.
Maar als je wilt dat de film goed wordt, moet je toch shot ② kiezen.
Alles wat de camera heeft opgenomen, ongeacht of er “cut” geroepen is of niet, is in de montage niet één seconde “waardeloos materiaal”.