Snelle montage (Fast Cut)
Snelle montage (Fast Cut) Snelle montage is een filmmonteertechniek die verwijst naar het achter elkaar plaatsen van meerdere opeenvolgende shots in een korte tijd (bijvoorbeeld 3 seconden of minder). Deze techniek kan worden gebruikt om snel een grote hoeveelheid informatie over te brengen, of om chaos te suggereren. Bij het filmen van een dialoog tussen twee of meer personages wordt snelle montage ook vaak gebruikt om het perspectief van de kijker te veranderen en de aandacht op een ander personage te richten.
Snelle montage (Fast Cut)
Snelle montage is een filmische montagetechniek waarbij in korte tijd (bijvoorbeeld 3 seconden of minder) meerdere opeenvolgende shots aan elkaar worden gemonteerd. Ze kan worden gebruikt om snel een grote hoeveelheid informatie over te brengen of om chaos te suggereren. Bij het filmen van dialogen tussen twee of meer personages wordt snelle montage ook vaak ingezet om het perspectief van de kijker te wisselen, bijvoorbeeld om de reactie van een ander personage op de dialoog te tonen, of om de aandacht te vestigen op de non-verbale handelingen van het sprekende personage.
Een beroemd voorbeeld van snelle montage is de douchescène in Alfred Hitchcocks film Psycho (1960). Recentere voorbeelden zijn de zang- en dansscènes in Baz Luhrmanns Moulin Rouge.
De film Requiem for a Dream maakt uitgebreid gebruik van snelle montage en levert in een tijdspanne van vijftien minuten honderden korte scènes. In Lola rennt wordt snelle montage gebruikt om snel de verhalen van kleine personages te vertellen en zo te laten zien hoe de ogenschijnlijk onbeduidende acties van de hoofdpersoon een diepgaande invloed hebben op wat hen overkomt. In verschillende momenten van de Saw‑films wordt snelle montage vaak gebruikt in de valstrikscènes, om hun wanhopige worsteling om aan de vallen te ontsnappen te tonen. Regisseur Michael Bay maakt in veel van zijn speelfilms veelvuldig gebruik van snelle montage. Hij past de techniek vooral toe in actiescènes, waar ze wordt gebruikt om de actie energieker en intenser te maken.
Snelle montage omvat twee gestileerde montagestijlen: fragmentarische montage en hiphop‑montage.
Fragmentarische montage:
Fragmentarische montage is een moderne montagestijl die zich onderscheidt van traditionele montage. Ze hoeft de conventionele regels voor het aansluiten van verschillende cadrages niet te volgen en kan vrij worden gemonteerd om een montage‑effect (montage in de zin van ‘montage‑esthetiek’) te creëren. De narratie wordt zo vrijer en dynamischer. Soms wijkt deze benadering af van de norm of is ze eigenzinnig, wat de beeldstijl een cooler karakter kan geven.
Zie ook: fragmentarische montage
Hiphop‑montage:
Hiphop‑montage beschrijft complexe handelingen via een reeks snelle, eenvoudige acties, vergezeld van geluidseffecten. Deze techniek werd oorspronkelijk benoemd door Darren Aronofsky, die haar gebruikte in zijn films Pi en Requiem for a Dream om drugsgebruik te verbeelden. Volgens de commentaartrack van de regisseur bij Requiem for a Dream lijken de hiphop‑montages in de film op de samples die in hiphopmuziek worden gebruikt: bepaalde film‑ of videogedeeltes worden herhaaldelijk in het volledige werk ingezet om een bepaald effect te bereiken. De techniek vindt haar oorsprong in de hiphopcultuur van de jaren 90 en combineert elementen van de jump cut, die voor het eerst werd toegepast in de Franse Nouvelle Vague. In een vroeg stadium werd ze al gebruikt in Bob Fosses All That Jazz en Paul Thomas Andersons Boogie Nights. Guy Ritchie paste deze techniek ook toe in Snatch. Edgar Wright gebruikt haar in zijn werk – vooral in zijn samenwerking met Simon Pegg (Spaced, Shaun of the Dead, Hot Fuzz en The World’s End) – om een komisch effect te creëren. Joseph Gordon-Levitt gebruikte deze techniek uitgebreid in Don Jon (2013) om de gewoonten van de hoofdpersoon te verbeelden.